Die onzekerheid is niet nieuw. In het openbaar vervoer speelde exact dezelfde vraag toen de sector de overstap maakte van diesel naar volledig elektrisch. Sycada is transitiepartner binnen die ontwikkeling en werkte van dichtbij mee aan de omschakeling van duizenden bussen, honderden laders en een operatie waar vertraging onacceptabel was. Juist daar ontstond inzicht in wat een elektrische vloot wel en vooral níét laat slagen.
Uit die ervaring kwamen vijf principes naar voren die telkens opnieuw het verschil maakten. In deze blog laten we zien hoe deze vijf best practices transportbedrijven vandaag kunnen helpen om een helder, realistisch startpunt te vinden in de energietransitie.
Best practice 1: Begin niet bij de truck, maar bij de rit
Veel transportbedrijven starten de energietransitie bij het uitzoeken van voertuigen. Welke elektrische truck past bij mijn werk? Wat is de actieradius? Hoe zwaar mag ik beladen? Die vragen zijn logisch maar leiden vaak tot verkeerde of te vroege investeringen. Want zonder inzicht in de dagelijkse operatie blijft het gissen wat werkelijk werkt.
Het echte startpunt ligt niet bij de truck, maar bij de rit. Hoe lang is een rit in de praktijk? Waar staan voertuigen structureel stil? Welke routes zijn voorspelbaar en welke niet? En waar zitten vaste rustmomenten die zich lenen voor laden? Pas als die vragen scherp zijn, wordt duidelijk wat technisch én operationeel haalbaar is.
In de praktijk zien transporteurs vaak dat sommige voertuigen zich bijna vanzelf aanbieden voor elektrificatie. Denk aan een vaste pendel tussen distributiecentrum en hub die elke dag dezelfde kilometers maakt. Of een stadsdistributie route die ’s ochtends vertrekt, rond het middaguur terug is en ’s nachts weer stil staat. Of nachtleveringen met duidelijke laadvensters op het eigen terrein.
Het zijn juist deze voorspelbare ritten die vaak als eerste zonder noemenswaardig risico elektrisch kunnen rijden zónder dat de planning onder druk komt te staan.
Door niet te starten bij wat technisch mogelijk lijkt, maar bij wat operationeel logisch is, ontstaat vanzelf een realistisch eerste beeld van de transitie. Dat geeft geen garanties voor de hele vloot, maar wél iets veel belangrijkers: een betrouwbaar beginpunt.
Best practice 2: Maak energie leidend in je businesscase
Als je op diesel draait, is energie meestal geen strategisch gespreksonderwerp. Je tankt wanneer het uitkomt, de prijs schommelt, en dat hoort er nu eenmaal bij. Maar zodra voertuigen elektrisch worden, verandert die vanzelfsprekendheid. Energie wordt ineens iets waar je elke dag opnieuw mee te maken krijgt: in de planning, in de kosten en in de betrouwbaarheid van je operatie.
De ervaring uit eerdere grootschalige elektrificatie-projecten laat zien dat niet het voertuig of de laadpaal de grootste impact heeft op de businesscase, maar de manier waarop energie wordt georganiseerd. Het tijdstip waarop je laadt, bepaalt of voertuigen ’s ochtends direct inzetbaar zijn of eerst nog moeten wachten. De plek waar je laadt, bepaalt of je grip hebt op kosten of afhankelijk bent van onvoorspelbare publieke tarieven. En de manier waarop het laden wordt gespreid, bepaalt of je pieken creëert die de netaansluiting onder druk zetten met vertragingen, extra kosten of stilstand tot gevolg.
Voor transport betekent dit dat energie geen facilitaire bijzaak meer kan zijn. Het verschil in kosten is aanzienlijk: wie structureel in de publieke ruimte laadt, betaalt vaak 40 tot 60 cent per kWh. Op die manier haalt een elektrische vloot de kilometerprijs van diesel simpelweg niet. Op een eigen laadplein, of bij een collega-transporteur binnen een laad-community, ligt die prijs eerder tussen de 13 en 20 cent, waardoor de businesscase juist wél haalbaar wordt.
Voor een directie vertaalt zich dat heel concreet in vragen als:
In een markt waarin netcapaciteit onder druk staat en energieprijzen blijven schommelen, wordt laadstrategie daarmee een bepalende factor voor kosten én continuïteit. Wie grip krijgt op het energieverbruik per rit, kan beter bepalen welke voertuigen passen, welke laadstrategie realistisch is en welke investeringen verantwoord zijn. De businesscase verandert daarmee van een onzekere sprong in het diepe in een berekening waar je op kunt sturen.
Best practice 3: Breng planning en energie samen vóór het misgaat
Waar dieselplanning vooral draait om logistiek, krijgt de planning in een elektrische operatie er een nieuwe dimensie bij: energie. En juist die extra laag maakt het verschil tussen een beheersbare transitie en operationele onrust.
Zolang er één of twee elektrische voertuigen rondrijden, lijkt dat vaak nog goed te overzien. Maar zodra het aantal groeit, meestal ergens tussen de vijf en acht trucks, verandert de dynamiek merkbaar. Dan ontstaan de eerste signalen dat de bestaande manier van plannen niet meer volstaat. Een voertuig dat nét te weinig heeft geladen, een laadplek die onverwacht bezet is, een chauffeur die iets later terugkomt dan gepland: kleine afwijkingen beginnen ineens grote gevolgen te hebben.
Wat er dan gebeurt, merk je direct in de operatie. Ritcombinaties vallen uit, leveringen schuiven door, planners zijn steeds vaker aan het bijsturen en buffers worden groter “voor de zekerheid”. Wat begint als incidenteel gedoe, kan ongemerkt uitgroeien tot structurele onbetrouwbaarheid. En dit heeft impact op alles: de planning, de klantrelatie, de kosten en het vertrouwen in de transitie zelf.
De les uit eerdere grootschalige elektrificatieprojecten is dat ritten pas écht betrouwbaar uitvoerbaar worden wanneer energiebehoefte, batterijlading, rijgedrag en laadmomenten onderdeel zijn van één geïntegreerd planningsproces. Niet alleen zichtbaar maken waar voertuigen zijn, maar ook of ze hun volgende rit daadwerkelijk kunnen uitvoeren en of het geplande laadmoment ook echt heeft plaatsgevonden.
Voor transportbedrijven betekent dit een fundamentele verschuiving. Het gaat niet langer alleen om het wegzetten van ritten, maar om het vooruitdenken over energie: hoeveel vraagt een rit, wat gebeurt er bij afwijkingen, en waar ontstaan de risico’s voordat ze zich manifesteren op straat.
Wanneer planning en energie zo samenkomen in één systeem, verandert het planningsproces van een steeds complexere puzzel in een beheersbaar geheel. Niet omdat er minder variabelen zijn, maar omdat ze voorspelbaar worden.
Best practice 4: Ontwerp vandaag voor de vloot van morgen
In het openbaar vervoer bleek de grootste uitdaging niet in de eerste elektrische voertuigen te zitten, maar in het moment dat er werd opgeschaald. Wat begon als een overzichtelijke pilot, groeide binnen enkele jaren uit tot een operatie waarin tientallen voertuigen tegelijkertijd moesten rijden, laden en gepland worden. Juist op dat punt kwamen de échte systeemkeuzes onder druk te staan.
Daarmee werd pijnlijk zichtbaar hoe belangrijk het is om vanaf het begin een toekomstbestendige structuur te bouwen. Een laadstrategie die geschikt is voor drie voertuigen, werkt niet vanzelfsprekend voor twintig. Wat vandaag een acceptabel energiecontract lijkt, kan bij opschaling ineens leiden tot onhaalbare netkosten, piekboetes of zelfs jarenlange wachttijden voor extra netcapaciteit. Dat zijn directe bedrijfseconomische risico’s.
Ook foute keuzes in laadinfrastructuur laten zich hard voelen. Een laadplein dat achteraf moet worden aangepast of vervangen omdat het niet schaalbaar blijkt, kost tijd en verstoring van de operatie, en kan zelfs oplopen tot honderdduizenden euro’s aan herinvesteringen. Geld dat beter in uitbreiding van de vloot of in innovatie kan worden gestoken.
Voor transportbedrijven is dit inzicht van grote waarde. Elektrificatie is geen project voor ‘erbij’, maar een beweging die het bedrijf de komende jaren opnieuw vormgeeft. Wie vanaf het begin al nadenkt over schaalbaarheid, voorkomt dat de operatie later opnieuw moet worden ingericht tegen hogere kosten, onder grotere druk en met meer risico voor de continuïteit.
Best practice 5: Zie samenwerking als randvoorwaarde, niet als bijzaak
Een van de meest opvallende lessen uit de OV-transitie was hoe groot het effect van samenwerking bleek te zijn. In drukke regio’s werd laadcapaciteit gedeeld, op knooppunten werd infrastructuur gezamenlijk benut en in landelijke gebieden werden oplossingen gecombineerd om de beschikbare netruimte slimmer te verdelen. Dat leverde schaalvoordelen op in kosten én in betrouwbaarheid.
Ook voor transportbedrijven kan samenwerking een belangrijk verschil maken. Denk aan het delen van een laadplein met meerdere partijen, het gezamenlijk benutten van aansluitingen of het afstemmen van laadmomenten zodat piekbelasting wordt vermeden. In de praktijk zien we steeds vaker dat bedrijven capaciteit met elkaar uitwisselen: een transporteur die overdag nauwelijks laadt, stelt zijn vermogen beschikbaar aan een partij die juist ’s nachts energie nodig heeft. Dat drukt kosten en vergroot de leverzekerheid.
Maar die samenwerking is geen vanzelfsprekendheid. Niet elke buurman wil meedoen, belangen lopen uiteen en afspraken vragen vertrouwen én contractuele borging. En wat als samenwerking niet lukt? Dan wordt de realiteit snel hard. Zonder gedeelde oplossingen blijft een bedrijf volledig afhankelijk van zijn eigen netaansluiting. Met alle beperkingen van dien. In sommige regio’s betekent dat: jaren wachten op verzwaring, geen ruimte om op te schalen en dus een rem op verdere elektrificatie.
Transportbedrijven die in zo’n situatie belanden, moeten terugvallen op alternatieven die vaak kostbaar of complex zijn. Denk aan tijdelijke oplossingen met batterijpakketten, noodaggregaten, slim laden met beperkte capaciteit of het uitstellen van verdere vlootvernieuwing. Geen van die opties is ideaal, maar ze worden soms onvermijdelijk als structurele netruimte ontbreekt.
Samenwerking vraagt om een andere manier van denken over concurrentie en eigenaarschap, maar het biedt wél iets wat voor veel bedrijven cruciaal is: perspectief op groei in een markt waar netcapaciteit het nieuwe schaarse goed is.
De route is niet eenvoudig, maar wél bekend
De overstap naar elektrisch rijden brengt onzekerheden met zich mee. In de OV-transitie ging niet alles in één keer goed. Sommige aannames bleken in de praktijk anders uit te pakken en er moesten onderweg nieuwe oplossingen worden bedacht. Maar juist dat leerproces maakt de weg voor transportbedrijven vandaag zoveel korter: de valkuilen zijn bekend, de oplossingen zijn getest en de technologie is volwassen geworden.
Wie vandaag begint bij de operatie, energie strategisch benadert, planning en energie met elkaar verbindt, schaalbaarheid vanaf de start meeneemt en samenwerking actief verkent, bouwt zowel aan verduurzaming als aan iets heel concreets: een vloot die elke ochtend inzetbaar is, een planning die niet voortdurend hoeft te worden bijgestuurd, energiekosten die beheersbaar blijven bij groei en investeringen die ook over drie of vijf jaar nog logisch blijken.
Dit maakt van de energietransitie een gecontroleerde ontwikkeling richting een operatie die toekomstbestendig, betrouwbaar en financieel gezond is.
Is jouw bedrijf klaar voor elektrisch transport?
Sta je aan het begin van de energietransitie en wil je inzicht in welke stappen voor jouw bedrijf logisch zijn? We laten je graag zien hoe jouw ritten, laadstrategie en energiekosten eruitzien in een concreet scenario. Zodat de keuzes die je vandaag maakt, passen bij de vloot die je morgen nodig hebt.
Zero-emissie zones komen dichterbij, klanten stellen strengere eisen en de prijs van diesel wordt steeds onvoorspelbaarder. Voor veel transportbedrijven...
Geweldig nieuws! Sycada is geselecteerd als één van dé klimaat-innovators van de Benelux. We zijn toegetreden tot de Climate...
DriveTag App maakt MONO score inzichtelijk! Met trots presenteren wij de MONO score binnen onze DriveTag App. Deze kan...